Eindelijk weer een beetje helder

Vanacht rond 02:30 klaarde het na een lange periode van bewolking dan eindelijk weer op. Een op hand gezette waarneming bij klein Amsterdam was eigenlijk met name koud en winderig, maar heb toch nog Saturnus kunnen bekijken en het 6mm TMB planetary oculair kunnen testen waarvan ik de 7mm wil gaan halen. Door de wind was normaal waarnemen echter bijna niet te doen.

Vanochtend eind van de ochtend op, en geprobeerd McNaught te zien. Dit was echter op goed geluk, en het is dan ook niet gelukt. De zon overscheen de komeet massaal omdat deze nu gewoon te dichtbij staat. Ik kan me niet voorstellen dat ik hem gemist heb als hij wel te zien was, want ik heb rustig de hele omgeving afgespeurd waarin de komeet zich zou moeten bevinden, iets onder en 7 graden links van de zon.

Betere resultaten heb ik net in de achtertuin geboekt. Omdat ik mij tot nu toe een beetje gericht heb op het weinige dat ik ken, werd het tijd om nu toch wat meer objecten te leren vinden. Met een beperkt zicht rondom is het me gelukt om binnen een uurtje tijd 9 Messiertjes binnen te slepen met de 127mm achromaat. Slechts twee hiervan had ik al eerder door mijn eigen kijker gezien, m42 (Orionnevel) en m45 (Pleiaden). Iets wat ik al lang wil is het vinden van m81 en m82, de twee bekende sterrenstelsels in Ursa Major. In eerste instantie zocht ik verkeerd door de kop van de beer verkeerd te interpeteren, maar nadat ik dat eenmaal goed had wist ik ze binnen een minuut of 5 in de kijker te krijgen. Twee opvallende diffuse objecten, die na wat langer kijken steeds duidelijker werden. Na ook nog even de dubbelster Mizar te bekijken (welke ik nooit kan weerstaan), door naar Cassiopeia. Hier bevinden zich veel open sterrenhopen, en mijn aandacht ging uit naar m52 en m103. M103 had ik vrijwel direct in beeld, maar M52 duurde wat langer. Beide sterrenhopen waren eigenlijk wat te lichtzwak voor de gebruikte set-up, en het feit dat ze niet al te ver boven de lichtschijn van Apeldoorn-Zuid stonden hielp ook al niet. Niettemin zijn die in de spreekwoordelijke ‘pocket’. Als laatste dan de Voermannetjes (m36, m37, m38), een drietal open sterrenhopen in Auriga, ofwel (zoals de naam al doet vermoeden) de Voerman. Deze waren véél duidelijker herkenbaar dan de twee hopen in Cassiopeia, en ik heb hier dan ook een stuk langer van genoten. M42 was zoals altijd weer schitterend, en met het 25mm oculair was het trapezium goed zichtbaar. Heb nog geprobeerd de E en F ster te vinden, maar daarvoor was de vergroting te laag. Alle Messiers heb ik overigens zonder zoeker gevonden. Om het nog af te maken kon ik het ook niet laten het dubbelcluster (ngc884 & ngc869) te bekijken. Het is nu, 0:45, allemaal al weer heel nevelig hier (m45 net nog te zien), maar wat was het weer even lekker helder.

 

Comments are closed.